terug









Geschiedenis

Korte historie van de beginperiode

Deze is vaak verteld, beschreven en gedrukt. In de vijftiende eeuw kwam de grote eenbeukige, anderen zeggen driebeukige kerk gereed, opvolger van een kleinere kapel op dezelfde plaats. Hij was zo groot dat de vraag gewettigd is of noord-kennemerland zo dicht bevolkt was of dat de offervaardigheid en religieuze gemeenschapszin de bouw ervan mogelijk maakte. Bergen lag in een gebied, met de Egmonden en Heiloo, van vele kerken, kapellen en bronnen. De kerk in Bergen was geweid aan Petrus en Paulus, zoals nu nog de latere rooms-katholieke kerk elders in het dorp. Voor de Ruïnekerk ging door de reformatie die band verloren. Dat was rond 1570 het geval, in het begin van de tachtigjarige oorlog, de strijd tussen de lage landen en Spanje.

In 1574 sloeg de vernieling toe met plundering en brandstichting. Diederick van Sonoy was de boosdoener en de ruïne het resultaat. De vrees bestond namelijk dat de Spanjaarden, die Alkmaar hadden belegerd en waren weggetrokken, weer zouden terugkeren. Het antwoord was de toepassing van de tactiek van de "verschroeide aarde" in een gordel rond Alkmaar. Daar lag Bergen in. De ontreddering was enorm. Gelukkig volgde een periode van economisch herstel. Geleid door het besef dat de nieuwe leer grote offers waard was, werd de kerk hersteld. Maar naast godsdienstige ijver speelde praktische zin ook een rol: alleen het koor werd herbouwd. Een dakruiter nam de plaats in van de toren. Een bescheiden plaats. Tot heden toe.

Maar waarom bleef de bouwval van de kerk in Bergen wel behouden? Waarom boven het IJ deze ene uitzondering? De "heerlijkheid" Bergen heeft heren gehad die hun rechten kenden en handhaafden. Niet alleen het recht tot benoeming van predikanten, het jacht- en visrecht, enzovoort, zij hadden ook eigendomsrechten van het kerkgebouw zelf en hebben kennelijk daarom de sloop van het ruïnegedeelte belet en belemmerd. Daaraan danken wij nu het meest sfeervolle deel van Bergen dat mede de sfeer van het hele dorp bepaalt. Waarom zijn er wel veel afbeeldingen van ruïnes overgebleven? Waarom is er zo weinig sprake geweest van pogingen tot behoud?

Symbolische betekenis

Onze voorouders hebben grote behoefte gehad aan het ontvangen en doorgeven van levenslessen in symboolvorm. Dit werd nog versterkt doordat de kunst van lezen en schrijven bepaald niet algemeen was. Deze symboolvorm hoefde niet al te duidelijk te zijn, maar liefst 'bedektelijk verklaard' om als 'aangenaam bedrog' tot nadenken en bespreken te nopen.
Van de vele ruïnes die getekend, geschilderd en gedrukt in beeld zijn gebracht, is de les wel duidelijk. Het is een vorm van de 'vanitas' gedachte: alles is ijdelheid en vergankelijkheid; 'memento mori', gedenk te sterven; 'sic transit gloria mundi', aldus vergaat de grootheid van de wereld.
Op de circa 25 grafzerken binnen de ruïnemuren - op zichzelf al symbolisch dat er zo weinig zijn overgebleven en de meeste nog in slechte staat - komen we andere bekende symbolen tegen, met name het doodshoofd en de zandloper. Op één van de zerken zien we een zandloper die voorzien is van twee vleugels, één van een vogel, de ander van een vleermuis. Het is de 'vliegende tijd', die dag en nacht het heden aan het verleden toevoegt.

De ruïne en u

De 'vanitas'-gedachte van vroeger is verdwenen, althans sterk verzwakt. de ruïne als symbool van vergankelijkheid geldt dan misschien nog voor de dingen en de wereld om ons heen, maar de mens betrekt deze nu niet zozeer meer op zichzelf.
Toch maakt een ruïne als die van Bergen indruk. Maar welke? In elk geval een andere dan die van een kant-en-klaar kerkgebouw. De ruïne is meer in harmonie met de natuur. Er groeit klimop tegenaan, vogels nestelen zich erin en mossen groeien op de muren. Ook op die rond het kerkhof. De ruïne is mooi - romantisch, sfeervol - ietwat droefgeestig, al naar gelang de weersomstandigheden en de eigen stemming. Dat zijn zo enkele algemene gevoelens.
Duidelijk is dat de toeschouwer actief blijft. de fantasie heeft vrij spel:
Hoe liep de boog vroeger door?
Hoe was eens de verbinding tussen twee muurrestanten?
Wat zou het bouwfragment in de oostmuur van de noorderkapel geweest kunnen zijn?
Waarvoor dienden de vierkante gaten in de muur?
Wat zou er eens in de lege nissen hebben gestaan?
Wat stellen die vreemde stenen gezichten vlak onder het houten gewelf voor?
Andere lijnen trekken we door, ver de geschiedenis in, geleid door kennis en fantasie.
In de dagen van strijd van de bataafs-franse troepen tegen het engels-russische invasieleger - dat was in 1799 werd de kerk zwaar beschadigd. Nog te zien!
De brandstichting door de geuzen in 1574 en de herbouw van het koorgedeelte die in 1594 gereedkwam. dit jaartal is op een balk boven de preekstoel aangebracht.
Nog verder terug in de tijd: hoe zou de kerk er voor die tijd in al zijn middeleeuwse pracht hebben uitgezien? Waarom is hij gebouwd waar hij nu staat en wat stond er voor die tijd?
Veel vragen en weinig antwoorden.

Tradities en legendes

Een oude legende is die van het zogenoemde mirakel van Bergen. Het is een van de wonderen die in 1421 tijdens de St. Elisabethvloed zouden hebben plaatsgevonden. Het verhaal gaat dat de bergense hosties, die naar men zei uit petten waren komen aandrijven, later in bloed bleken te zijn veranderd. Ter plaatse werd een kapel gebouwd. Processies naar deze kapel vonden plaats en voorzagen in een behoefte. Tot in deze eeuw hielden stille tochten de oude legende levend.

Een oude traditie is lange tijd het uitdelen van het 'deelbrood' geweest, in 1912 gebeurde dat de laatste keer. Door verandering van armoede tot redelijke welvaart en verandering van tijdgeest was er geen behoefte meer aan brooduitdelingen. Het had teveel van bedeling, ook toen het nog alleen om de kinderen van het dorp ging.
Hoe was die traditie ontstaan? In 1468 had een inwoner van het dorp een stuk land aan de kerk geschonken, op voorwaarde dat er elke week twee missen voor het zielenheil van hem en de dorpsgenoten zouden worden gelezen. Bovendien moest er eenmaal 's jaars van drie zakken tarwemeel brood voor de armen worden gebakken. De reformatie kwam en maakte een eind aan het lezen van de missen. Het armenbrood werd later brood voor de jeugd. De deelbroodtraditie heeft het dus bijna vier eeuwen uitgehouden.